DE TRANEN VAN DE HEMEL

Er was eens een klein dorp aan de voet van een berg. Op deze berg viel de regen nooit en er groeide niets. Dit maakte dat de mensen uit het dorp dachten dat er een vloek rustte op de berg en niemand ging er heen.
Maar één jonge man was nieuwsgierig, zoals jonge mensen vaak zijn, en hij besloot de berg te beklimmen en dit mysterie zelf te bestuderen.
Hij ontdekte dat, zoals men hem gezegd had, de bergtop droog en zonder leven was.
Hij besloot tot een experiment, en hij droeg iedere dag een emmer met water langs de gevaarlijke kant van de berg, en stortte die uit op de rotsen en het zand op de top. Al spoedig werd het zijn gewoonte iedere dag vroeger op te staan dan alle anderen en deze zelfopgedragen-taak te volbrengen vóór het dagelijks werk begon.
De mensen uit het dorp dachten dat hij vervloekt was door de geesten van de berg en ze schonken weinig aandacht aan zijn vreemde gedrag. De tijd ging voorbij, zoals het gaat, en de jonge man werd oud, maar hij ging voort met zijn dagelijkse pelgrimstocht naar de berg, en droeg het water naar de top en goot het water over de gebarsten grond, waar geen leven groeide.
Op een dag, toen de man al heel oud was, merkten de dorpelingen dat hij niet was teruggekeerd van zijn dagelijkse klim naar de top. Een groep mannen ging op pad om te zien of hij uiteindelijk toch gevallen was op de gevaarlijke rotsen van de berg en naar beneden was gestort. Zo klommen de mannen langs een pad dat door ontelbare voetstappen in de rotsen was uitgeslepen, over vele gevaarlijk uitstekende randen, naar de torenhoge hoogte van de top.
En daar zagen ze iets dat ze nooit zouden vergeten, want voor hen lag de mooiste tuin die hun ogen ooit zouden aanschouwen. Met stomheid geslagen liepen ze over het enige pad met tranen in hun ogen door de schoonheid en heerlijkheid van de pracht rondom hun heen. En daar, in het midden van deze prachtige tuin, vonden ze het lichaam van de oude man, uitgestrekt, als rustte hij op het groene gras, omgeven door duizend geurende bloesems. Er was een glimlach op zijn oude, verweerde, stralende gezicht. Zijn werk was voor altijd volbracht.
Ze begroeven hem waar hij lag en toen ze rond hem stonden om als vaarwel hun gebeden te zeggen, viel de eerste regen, die ooit op die plaats gevallen was.
Daarom heet deze berg, onze berg, het huis van de tranen van de Hemel.
Wanneer we zien dat de regen op onze berg valt om vandaar onze velden water te geven, weten we dat dit de erfenis is van een eenvoudige man met een groot geloof.