DE SOEFI
Eens rustte een Soefi langs de kant van de weg, gelukkig en tevreden, de benen
gestrekt , de armen gevouwen. Hij voelde zich heel lekker.
Een voorbijganger zag hem en schrok. Hij was een vroom man en voelde zich
gechoqueerd.
Hij riep: “O onbeschaamde! Wat doet u daar?”
De Soefi was verbaasd en vroeg wat er aan de hand was.
De vrome zei: “Wat ligt u daar onbeschaamd, met de voeten uitgestrekt naar Mekka
(de gebedsrichting dus).
U moest beter weten.”
De Soefi vroeg: “Kom naderbij, mijn vriend. Wees zo vriendelijk en neem mijn
benen en leg ze in de richting waar het Goddelijke zich niet bevindt.”